Pneumokokken vaccins

Streptococcus pneumoniae (pneumokokken)

De pneumokokken bacterie bestaat uit ongeveer 80 typen. Niet al die typen zijn ziekmakend. Er bestaan twee soorten vaccins tegen  verschillende - ziekmakende - typen van de de pneumokok: polysaccharide en conjugaat vaccins.

Niet geconjugeerd (polysaccharide) vaccin

Sinds langere tijd bestaat er een niet-geconjugeerd vaccin tegen de pneumokok. Het principe is gelijk aan dat van het niet-geconjugeerde tegen meningokokken ACWY. Dit vaccin beschermt tegen de 23 pneumokokken die regelmatig ziekmakend zijn. Het beschermt tussen de drie tot vijf jaar en werkt niet bij kinderen jonger dan twee jaar. Het wordt vooral aan ouderen gegeven die een verhoogd risico op pneumokokkeninfecties lopen, maar ook aan kinderen die niet genoeg afweer opbouwen tegen de pneumokok of mensen die geen milt meer hebben.

De Gezondheidsraad heeft in februari 2018 geadviseerd om volwassenen vanaf 60 tot 76 jaar te vaccineren tegen meningokokken C met dit vaccin. Naar verwachting zal het Ministerie van Volksgezondheid en Welzijn hierover in 2019 een besluit nemen. Meer informatie over pneumokokkenvaccinatie voor ouderen vindt u op de website van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu.

Bijsluiter pneumokokken vaccin

Conjugaat vaccin

Sinds 2010 krijgen kinderen een vaccin dat tegen tien typen van de pneumokokken beschermt. Dit vaccin is een conjugaat vaccin, gebaseerd op hetzelfde principe als het meningokokken conjugaat C en ACWY vaccin. Dit betekent dat er geen gedode, levende of verzwakte bacterie in het vaccin zit maar een niet ziekmakend onderdeel van de bacterie waartegen de mens afweer maakt.

Het pneumokokkenvaccin beschermt minimaal vijf jaar, maar waarschijnlijk tien jaar of langer. Het is werkzaam bij baby’s vanaf acht weken.Tegen pneumokokken wordt sinds 1 april 2006 gevaccineerd. Tot 2010 gebeurde dat met een vaccin dat tegen zeven typen beschermde. Het vaccin wordt gegeven aan baby's op de leeftijd van twee, drie, vier en elf maanden; tegelijkertijd met de DKTaP-Hib. Het aantal gevallen van pneumokokkenmeningitis bij jonge kinderen neemt sinds die tijd geleidelijk af. 
In andere landen wordt gebruik gemaakt van een conjugaat vaccin dat tegen dertien typen beschermt.
Ondanks de pneumokokkenvaccinatie zullen ziektegevallen blijven bestaan. Deze worden dan veroorzaakt door typen die niet in het vaccin zitten en die de plaats kunnen innemen van niet meer voorkomende vaccintypen (typeverschuiving).

Rijksvaccinatieprogramma voor zuigelingen

In Nederland krijgen alle kinderen het pneumokokkenvaccin aangeboden via het rijksvaccinatieprogramma.

De vaccinatie tegen pneumokokken wordt 3 keer gegeven.

Leeftijd

  • 6-9 weken: 1e vaccinatie
  • 4 maanden: 2e vaccinatie
  • 11 maanden: 3e vaccinatie

 

Pneumokokkenvaccin voor speciale doelgroepen

In sommige gevallen krijgen mensen het pneumokokkenvaccin ter preventie van ziekte, bijvoorbeeld mensen die geen milt meer hebben of behandeld gaan worden tegen de ziekte van Bechterev. Voorafgaand aan de behandeling krijgen zij o.a. de pneumokokkenvaccinatie.