Denise (17) overleed door meningokokken W

De 17-jarige Denise Lof uit Purmerend wordt een jaar geleden ‘niet lekker’. Anderhalve dag later overlijdt ze aan de gevolgen van meningokokken W. Haar leeftijdsgenoten (14-18 jaar) ­kunnen zich donderdag in de RAI laten inenten tegen de in potentie dodelijke bacterie.

Toen Denise Lof (17) vorig jaar aan de gevolgen van meningokokken W overleed, had zowat niemand van de ziekte gehoord. Haar ouders Gerda en Klaas Lof moesten het googelen. Nu staan de kranten er vol mee, alle tieners tussen de 14 en de 18 jaar krijgen een vaccin aangeboden en er hangen posters in de tramhaltes om ze daarop te attenderen.
Tussen de dood van Denise en de grote vaccinatiedag in de RAI volgende week, zit, bijna op de kop af, slechts één jaar.
Dat is wrang, zegt Gerda Lof, de moeder van Denise. “Het is goed dat kinderen worden ingeënt, maar, daar ben ik eerlijk over: het doet ook pijn dat het voor Denise te laat is.”

Gerda (54) en Klaas Lof (59) zitten op hun bank in een doorzonwoning in Purmerend. Denise is overal. Op een dressoir brandt een kaars bij haar foto. Boven de bank hangt een collage met portretten. Gerda loopt naar de eettafel en maakt een hartvormige doos van de uitvaartonderneming open. “Hier bewaar ik nog wat spullen van Denise.” Haar zonnebril, een pluk van haar lange blonde haar, foto’s van hoe ze in de kist lag. “En een oud portemonneetje van opa. Toen hij overleed wilde Denise die graag hebben, maar nu ligt hij tussen háár herinneringen.” Bloemen staan er ook, en kaartjes. Maandag was het een jaar geleden.
De ouders willen het verhaal vertellen, omdat ze dan nog ‘iets’ kunnen doen. “Mensen denken misschien: dat gebeurt mij niet. Het is altijd een deurtje verder. Maar zo werkt het niet,” zegt Klaas.

Wegglijden

Gerda gaat terug naar vrijdagavond 5 april 2018. Denise zit met vrienden te chillen in het tuinhuis van de familie. Gerda en Klaas gaan op tijd naar bed, maar horen rond 00:30 uur een hoop gestommel op de trap naar de zolder, de kamer van Denise. Gerda gaat kijken ‘wat dat voor gesodemieter is’, en ziet Denise op bed liggen. Ze is niet lekker. De buurjongen heeft haar naar boven geholpen. Ze heeft een paracetamol genomen en het gaat wel weer. “Ik hoor het haar nog precies zeggen. Ik zei: ‘Goed kind, lekker slapen’.”

Om vier uur ’s nachts gaat het zoveel slechter met Denise dat Gerda en Klaas haar meenemen naar de huisartsenpost. “Je gevoel zegt dat het niet klopt. Maar tegelijk denk je: een puber, hè, ze doet nu even moeilijk.” De koorts blijft steken op een temperatuur van 39 graden en ze komt goed uit het lichamelijk onderzoek. “De arts zegt: ‘Ik denk dat het een beginnende buikgriep is’.”
Gerda en Klaas nemen haar mee naar huis. De volgende dag zien ze Denise verder wegglijden, maar nog steeds met typische griepsymptomen.

Zaterdag eind van de middag belt Gerda weer met de huisartsenpost, voor de derde keer, maar dan is het helemaal mis, zegt Gerda. “Terwijl ik aan de telefoon hang, zie ik dat haar lippen blauw worden. Ik raak ervan in paniek. Of ze ook rode puntjes op haar huid heeft, wil de mevrouw aan de telefoon weten. Die heeft ze niet. Maar als ik haar dekbed wegsla zie ik dat haar teen­nagels ook blauw worden.”

Razendsnel om zich heen slaan

Wat Gerda en Klaas op dat moment niet weten is dat Denise een bloedvergiftiging heeft, een zogeheten septische shock. Een meningokok­bacterie van het type W heeft zich een weg gebaand door de slijmvliezen van de neus en keelholte en is in haar bloedbaan gekomen. Als het afweersysteem deze bacterie niet aankan, vermenigvuldigt de bacterie zich in een rap tempo, en richt in het hele lichaam schade aan: er ontstaan bloedstolsels, lekkages in de vaatwand en de bloedcirculatie raakt geblokkeerd. 
Omdat de organen, zoals de nieren of de lever, te weinig bloed krijgen om ze van zuurstof te voorzien, vallen ze uit. In een etmaal kan iemand erg ziek worden en zelfs doodgaan – het slaat razendsnel om zich heen. Het verraderlijke is dat in het begin het dus inderdaad lijkt op een griep.

Een typisch symptoom zijn de rode puntjes op het lichaam, die niet verdwijnen als je erop drukt. Denise had die niet. “Ja, pas toen we haar naar het ziekenhuis brachten. Toen zat ze ook in één keer helemaal onder. Je leest de symptomen, maar dat wil niet zeggen dat jouw kind ze in die volgorde krijgt.”

Eenmaal in het Dijklander Ziekenhuis in Purmerend zien de artsen in één oogopslag dat het heel ernstig is. “Toen was het al te laat,” zegt Gerda, die als servicemedewerker in dat ziekenhuis werkt. “Collega’s kwamen op me af. Tegen hen riep ik: ‘Ik ga mijn kind verliezen.’ Ik wist het.”
Klaas: “Dat voel je.”
Gerda: “Denise kreeg overal over haar lichaam blauwe en zwarte vlekken. En omdat ze via infusen veel vocht kreeg toegediend, zwol ze helemaal op. Ik durfde niet te kijken. Het was mijn kind niet meer. De kinderarts zei: ‘Blijf bij haar,’ maar ik durfde niet. Klaas bleef wel.”

Denise komt op de intensive care, waar ze in slaap wordt gebracht. Ze moeten een dag wachten op een plek in een academisch ziekenhuis. Zondag gaat Denise met een ambulance naar de intensive care van UMC Utrecht. Amper over de drempel overlijdt ze. Reanimatie baat niet meer. Anderhalve dag na de eerste signalen.
Gerda: “Alsof je zo, pff, een kaars uitblaast.”

Verhalen van vrienden

Purmerend was er kapot van. Behalve het grote verdriet was er angst voor besmetting. Mensen die dicht in haar nabijheid waren geweest, kregen antibiotica en volgens Gerda was er een run op meningokokkenvaccins. “Iedereen wilde dat hier natuurlijk hebben. De huisartsen en apotheken werden overspoeld.”

Denise zat overal bij en had dus veel contacten. Ze werkte in een verzorgingshuis, reed paard, had rijlessen, ze was oppas, verzorgde pony Monty en maakte plannen om in de zomer met vriendinnen te gaan kamperen en daarna, met vmbo-diploma op zak, via een tussenjaar te gaan studeren voor onderwijsassistente. Ze had een schare vrienden. Op de begrafenis kwamen achthonderd mensen.

Nog steeds bezoeken haar vrienden Gerda en Klaas. Dan gaan ze op de kamer van Denise zitten tussen haar spullen, want die staan daar nog. Gerda gaat nog altijd met lood in de schoenen naar binnen om de boel af te stoffen. Ze komt er alleen als het moet.

Elke dag is Denise erg aanwezig, door afwezig te zijn. “Een bordje minder op tafel, minder inkopen in de supermarkt. Het ritme is weg. Het is niet te beschrijven wat je voelt. Gemis en leegte. En elke dag weer met dat gevoel opstaan. De ene helft van je lijf voelt pijn, en de andere wil door. De ene dag heeft de ene helft de overhand, de andere dag de andere.”

Tegelijkertijd wordt Denise volop herdacht. Zowel op de arm van Gerda als die van Klaas prijkt een tatoeage met haar naam, op haar school staat nog altijd een foto en de vrienden van Denise komen nog steeds met verhalen waardoor ze Denise, ook nu nog, steeds een beetje beter leren kennen. “Ze wordt niet vergeten en dat geeft het gevoel dat ze niet voor niets heeft geleefd.”

Bron: Het Parool van 13 april 2019. Met dank aan 'Het Parool' voor het 1 op 1 mogen plaatsen van deze tekst op de NMS website.
Foto's: uit privécollectie van Gerda en Klaas Lof