Japanse Encefalitis

Japanse encefalitis komt alleen voor in Azië en het uiterste noordoosten van Australië. Het virus komt van nature voor bij varkens en grote watervogels, vooral op het platteland, maar soms ook aan de rand van steden. Overdracht gebeurt via  de Culex mug. Risico op overdracht is groter in het regenseizoen, wanneer er meer muggen zijn. Voor zover bekend vindt besmetting niet plaats 'van mens op mens'. Bij kinderen kent de ziekte vaak een ernstiger verloop dan bij volwassenen. Een heel klein percentage van de besmettingen leidt tot ziekte. De meeste hebben geen of milde symptomen als grieperig met koorts, hoofdpijn en spierpijn. In een aantal gevallen verloopt de ziekte ernstiger met hoofdpijn, braken, sufheid, coma en/of toevallen.

De ziekte begint plotseling met hoge koorts, hoofdpijn en bewustzijnsstoornissen, gevolgd door spraak- en motorische stoornissen. Uiteindelijk treedt coma op. Bij kinderen begint het vaak met verminderde eetlust, misselijkheid en buikpijn. De tijd tussen besmet worden en ziekte ligt tussen de vijf en vijftien dagen.

Preventie

Voor reizigers is het risico op besmetting laag en bieden goede anti mugmaatregelen meestal voldoende bescherming. In sommige gevallen wordt een vaccinatie geadviseerd, afhankelijk van uw reisplannen en persoonlijke situatie. Uw GGD of centrum voor reizigersvaccinaties kan u hier over informeren.

Terug naar verwekkers van encefalitis/hersenontsteking