Dragerschap en besmettelijkheid

De meningokok bacterie leeft bij ongeveer één op de tien mensen als een onschuldige, tijdelijke bewoner in de slijmvliezen van de neus- en keelholte. Dragers van de bacterie kunnen deze verspreiden door te hoesten, niezen of zoenen.
Bij de meeste mensen blijft de bacterie tijdelijk in de slijmvliezen om daarna te verdwijnen, maar in sommige gevallen kan hij ook in de bloedbaan terecht komen. De meningokok bacterie kan in dat geval meningitis of meningokokken sepsis veroorzaken.
Waarom sommige mensen wel en (veel) andere mensen niet ziek worden is onbekend. Toch wordt rekening gehouden met factoren als koude, verminderde weerstand, roken en erfelijkheid.

Neonatale sepsis wordt in e meeste gevallen veroorzaakt door groep B streptokokken bacterie (GBS) en de E. coli. Deze bacteriën komen voor in het maag/darmkanaal van sommige personen. Ze kunnen worden overgedragen via uitwerpselen en slechte hygiëne (handen wassen na een toiletbezoek!).