Preventie bacteriële verwekkers

Tegen een aantal meningitis veroorzakende bacteriën is bescherming mogelijk op zowel korte, als lange termijn.

Korte termijn bescherming

In het geval van meningokokkenziekte wordt er aan de directe omgeving (gezin, huisgenoten) profylaxe (preventieve antibiotica) toegediend omdat zij verhoogd risico lopen om ziek te worden. De antibiotica doodt de bacterie, mocht men die bij zich dragen in de slijmvliezen van de neus-/keelholte.?Profylaxe werd ook gegeven in een geval van Hib meningitis, toen deze vorm van meningitis nog vaak voorkwam.

Wie krijgt geen profylaxe

Profylaxe wordt in principe niet gegeven aan klas-/crèchegenoten, collega’s of kennissen/vrienden waarmee men geen intensief contact onderhoudt. De ervaring wijst uit dat er slechts zeer zelden meer gevallen (secundaire gevallen) rond een patiënt zijn, vandaar dat men dit beleid voert in Nederland. Hiermee wordt tevens voorkomen dat er resistentie tegen de antibiotica gaat optreden.
Pas wanneer er twee of meer ziektegevallen in een klas of groep zijn, wordt antibiotica aan de andere groeps- of klasgenoten verstrekt.?Dit beleid is bepaald door het LCI (Landelijke Coördinatiestructuur Infectieziektenbestrijding) en vastgelegd in een draaiboek. De GG&GD’s in Nederland werken volgens die draaiboeken, maar kunnen van de richtlijnen afwijken indien daartoe aanleiding bestaat.
In overleg kan bijvoorbeeld wel profylaxe worden gegeven aan een oppas of opa of oma die veel (knuffel)contact heeft gehad met de patiënt in de dagen voorafgaand aan de ziekte.

Lange termijn bescherming

Een aantal bacteriële verwekkers kunnen op langere termijn bestreden worden door vaccinatie.?Tegen de volgende bacteriële verwekkers zijn vaccins beschikbaar:?Haemophilus influenzae type b (Hib),?Meningokokken groep A, B, C, W135 en Y?Pneumokokken (tegen maximaal 23 typen).

Haemophilus influenzae type b (Hib)

Tot 1993 kwam Hib meningitis vooral voor bij kinderen onder de vier jaar. Na 1993 is een vaccin tegen Hib opgenomen in het RVP. Hierdoor nam het aantal gevallen af van + 300 naar + 12 per jaar.
De Hib vaccinatie wordt tegelijkertijd met de DKTP vaccinatie gegeven op de leeftijd van twee, drie en vier maanden. Sinds 1 maart 2003 wordt het vaccin in één spuit gegeven met de DKTP vaccinatie. Dit is voor de baby’s (en ouders) prettiger, omdat ze hierdoor maar een in plaats van twee prikken krijgen. Uit onderzoek is gebleken dat deze wijziging geen gevolgen heeft voor werkzaamheid en (eventuele) bijwerkingen.
De Hib vaccinatie werkt niet tegen andere typen van de Haemophilus bacterie. De laatste jaren vertoond het aantal Hib gevallen van meningitis een iets stijgende lijn. Wat hiervan de reden is, is nog niet precies bekend.

Neisseria meningitidis (meningokokken)

De meningokokken bacterie bestaat uit een aantal familieleden; serogroepen. In Nederland worden de meeste ziektegevallen veroorzaakt door serogroep B (menB).

MenB

Tegen menB is sinds 2013 een vaccin beschikbaar, maar nog niet in Nederland. Dit heeft enerzijds te maken met de kosten van het vaccin, anderzijds met de nog niet volledig bekende werkzaamheid.

Men A, C, W en Y

Tegen de serogroepen A, C, W en Y bestaan 2 typen vaccins:?polysaccharide en conjugaat vaccins.
Polysaccharide vaccin
Het zogenaamde polysaccharide vaccin is na drie tot vijf jaar uitgewerkt en levert geen bescherming op bij kinderen jonger dan twee jaar. Het kapsel (hulsje) van een bacterie bestaat uit suikerketens (polysaccharide). Een klein stukje van die suikerketen wordt in een vaccin verwerkt. Wanneer iemand wordt gevaccineerd, ziet het lichaam dit stukje suiker en reageert erop door antistoffen aan te maken. Het lichaam wordt in feite gefopt, want het ziekteverwekkende deel van de bacterie zit niet in het vaccin. Wanneer iemand vervolgens met de ziekteverwekkende bacterie in aanraking komt, herkent het lichaam deze dankzij de al eerder aangemaakte antistoffen en ruimt het organisme meteen op.
Het polysaccharide vaccin wordt vooral gegeven aan personen die naar landen gaan waar de kans op ziekte door één van deze serogroepen aanwezig is.?In Nederland komt serogroep A al een aantal jaren niet voor, serogroepen W en Y zijn zeldzaam. W wordt nog wel eens gezien bij personen die naar Mekka zijn geweest.
Conjugaat vaccin
Het meningokokken C vaccin in Nederland is een zogenaamd conjugaat vaccin. Het principe is hetzelfde als het polysaccharide vaccin, alleen is bij dit vaccin het stukje polysaccharide gekoppeld aan een zogenaamd dragereiwit, van bijvoorbeeld tetanus of difterie. Hierdoor werkt het vaccin al vanaf de leeftijd van acht weken. Door deze methode wordt er tevens geheugen opgewekt, waardoor het vaccin minimaal vijf jaar werkzaam is en naar alle waarschijnlijkheid langer dan tien jaar.
Het menC vaccin is sinds 2002 opgenomen in het RVP en wordt tegelijkertijd met de BMR vaccinatie gegeven op de leeftijd van veertien maanden. In 2002 is tevens de leeftijdsgroep van veertien maanden tot negentien jaar gevaccineerd.

Streptococcus pneumoniae (pneumokokken)

Ook tegen de pneumokok bestaan twee typen vaccins. In tegenstelling tot de meningokok, die onderverdeeld wordt in (sero)groepen, bestaat de pneumokok uit typen. In totaal zijn er ongeveer tachtig typen, die niet allemaal ziekmakend zijn.?
Polysaccharide vaccin
Sinds langere tijd bestaat er een polysaccharide vaccin tegen de pneumokok. Het principe is gelijk aan dat van het polysaccharidevaccin tegen de meningokokken A, C, Y, W zoals hierboven genoemd. Dit vaccin beschermt tegen de 23 pneumokokken die regelmatig ziekmakend zijn. Het beschermt tussen de drie tot vijf jaar en werkt niet bij kinderen jonger dan twee jaar.?Het wordt vooral aan ouderen gegeven die een verhoogd risico op pneumokokkeninfecties lopen, maar ook aan kinderen die niet genoeg afweer opbouwen tegen de pneumokok of mensen die geen milt meer hebben.

Conjugaat vaccin
Sinds 2010 krijgen kinderen een vaccin dat tegen tien typen van de pneumokokken beschermt. Dit vaccin is een conjugaat vaccin, gebaseerd op hetzelfde principe als het hierboven genoemde meningokokken conjugaat C vaccin. Het beschermt minimaal vijf jaar, maar waarschijnlijk tien jaar of langer. Het is werkzaam bij baby’s vanaf acht weken.?Tegen pneumokokken wordt sinds 1 april 2006 gevaccineerd. Tot 2010 gebeurde dat met een vaccin dat tegen zeven typen beschermde. Het vaccin wordt gegeven aan baby's op de leeftijd van twee, drie, vier en elf maanden; tegelijkertijd met de DKTaP-Hib. Het aantal gevallen van pneumokokkenmeningitis bij jonge kinderen neemt sinds die tijd geleidelijk af.
In andere landen wordt gebruik gemaakt van een conjugaat vaccin dat tegen dertien typen beschermt.
Ondanks de pneumokokkenvaccinatie zullen ziektegevallen blijven bestaan. Deze worden dan veroorzaakt door typen die niet in het vaccin zitten en die de plaats kunnen innemen van niet meer voorkomende vaccintypen (typeverschuiving).